De pijn verdwijnt, de prestatie blijft.
(Jos Lange)
Abonneren

Abonneer je nu voor nieuwe artikelen op deze website!

Jannet Lange
 
 
PR's:
        : 3:34:32 (Utrecht, 2011)
             (3:34:16, Roelofarendsveen, 2012)
50 km   : 4:21:39 (Glimmen, 2011)
100 km  : 9:44:30 (Deventer, 2009)
100 mijl : 18:19:51 (tt Steenbergen, 2012)
6 uur     : 67,971 km (Epe, 2011)
12 uur   : 110,687 km (Santpoort-Noord, 2012) 
24 uur   : 206,258 km (Steenbergen, 2011)
48 uur   : 304,564 km (Bornholm (DK), 2012)
Spartathlon: 35:24:12 (2010)
 
Gelopen:
123 Marathons + 101 Ultra's (12548 km)
In 2013:
16-2: 50 km, Texeltrail, 5.05.32
 2-3 : M, Galgenbergmarathon, 5:19:00
   
Wandeltochten: 
93 wandelingen (2814 km)
In 2013:
5-1  : 25 km, Geldermalsen
26-1: 25 km, Roosendaal*
2-2  : 30 km, Breda
23-2: 25 km, Dordrecht
9-3  : 25 km, Oudenbosch
16-3: 30 km, Leerdam
*hardgelopen
 
 

 

Ik was er al een beetje bang voor, dat ik zou worden gevraagd om voor te lezen uit mijn Spartathlonverslag. Nou ja niet echt bang want eigenlijk is het natuurlijk wel een eer dat je gevraagd wordt om voor te lezen. Maar waar ik bang voor was was dat ik het niet droog zou kunnen houden. In 2009 mocht ik ook een stukje voorlezen en toen was Paul Kamphuis er ook. Hij las voor over zijn Spartathlonfinish en kon de tranen niet bedwingen. Ik zat met kippenvel te luisteren en was diep onder de indruk.
Voor Paul was het toen meer dan twee jaar geleden dat hij finishte. Voor mij is de herinnering nog een stuk verser.
Ik heb maanden lang niet mijn eigen verslag kunnen lezen, veel te emotioneel. Als ik in dat verslag in Sparta aankom voel ik de pijn, de vermoeidheid, de misère en de emoties over de reden waarom ik die Spartathlon wou lopen.
En nu moet ik dat dus voor een zaal met 50 mensen voorlezen? Dat valt niet mee. 
 
Als voorlezers waren Peter Klooster, Annelies Homma, Tim van der Veer, Juriaan Simonis, Indra Bimmel, Erwin van Diemen, Jan-Albert Lantink en ik uitgenodigd. Ik mocht als zevende mijn verhaaltje doen, voor Jan-Albert. Ben ik hem dus eindelijk eens voor, dat gebeurt me niet vaak.
Het was een leuke gevarieerde middag, met prachtige verhalen, gedichten en een powerpoint presentatie. Er werd gelachen en (bijna) gehuild.
Dat laatste deed ik dus. Ik hield het zoals verwacht bijna niet droog, kon nog net de tranen tegenhouden. Maar zoals ik ook al in mijn verslag schreef: daar schaam ik me niet voor. De Spartathlon is niet zomaar een loopje, voor mij was het dat tenminste niet. De emoties die ik bij de finish niet eens meer voelde omdat ik daar te moe voor was, voelde ik de maanden erna wel degelijk. Nu nog steeds en dus mag ik dat best tonen.
Wat ik persoonlijk heel erg leuk vond is dat in de pauze ineens Jan Fokke Oosterhof voor mijn neus stond, de man die Paul Kamphuis begeleidde op zijn tocht van Athene naar Sparta. De man die dat geweldige verslag schreef waardoor ik geïnspireerd werd en waardoor ik me aan dat avontuur heb gewaagd. Ik hoop dat ik met mijn verhaal mensen heb kunnen inspireren, net als Paul Kamphuis en Jan Fokke Oosterhof dat bij mij deden. 
Lees meer...
 
Eindelijk eens een redelijk normale week. Met redelijk normale trainingen, ook al zijn ze nog korter en langzamer dan ik gewend ben. Het enige niet-normale deze week voor mij was mijn bezoekje aan meneer Peeters, de Almeerse wethouder Jeugd, Onderwijs en Sport. Hij wilde mij feliciteren omdat ik de Spartathlon heb uitgelopen.
Meneer Peeters, zelf ook een hardloper, bleek zich goed voorbereid te hebben en wist terdege wat de Spartathlon inhield. Er ontspon zich dus een heel leuk gesprek waarna ik een prachtig boeket bloemen en een felicitatiebrief kreeg aangeboden. Een verslag van de gemeente Almere kun je hier lezen.
 
Ik vraag me nu alleen nog af hoe wethouder Peeters wist dat ik de Spartathlon heb uitgelopen?
Helemaal zeker weten doe ik het niet maar ik heb mijn verdenkingen richting meneer B.P. uit A.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Als je op de bovenste foto van deze link klikt, kun je nog een mooi filmpje over de Spartathlon zien (met dank aan Bram v.d. Bijl). Na 2:45 zie je de regenbui waar ik het in mijn verslag over heb. De Noor Eiolf Eivindsen, waar dit filmpje over gaat heb ik de tweede dag een hele tijd voor me zien lopen, uiteindelijk finishte hij een klein kwartier eerder dan ik.
Lees meer...
Complimenten, felicitaties, mails, reacties op mijn weblog, telefoontjes, kaarten, prachtige bloemen en een fles wijn. De afgelopen weken stroomden ze binnen. En dat allemaal omdat ik mijn 182e (ultra)marathon volbracht. Mijn hartelijke dank hiervoor! Dat hadden jullie echt niet hoeven doen maar ik stel het wel erg op prijs.
 
Natuurlijk was het niet zomaar een ultra die ik uitliep. Deze was uniek want hij heeft ervoor gezorgd dat ik voor het eerst, sinds ik 24 jaar geleden begon met lopen, de hele week erna niet heb gelopen. Nul, nada, μηδέν, nolla, zero, sifir, náid, nič kilometer. Helemaal niets, geen centimeter. Want deze unieke ultra zorgde er ook voor dat ik half ziek en oververmoeid terug kwam uit Griekenland. Weinig tot niet geslapen en door de inspanning had ik totaal geen weerstand meer. En dat geeft helemaal niks. Hier had ik al rekening mee gehouden, ging er al van uit dat ik me niet al te florissant zou voelen. Het is het allemaal waard. 
 
Toen ik de week na de Spartathlon weer thuis was wilde ik dus maar twee dingen en dat was rusten en herstellen. Dat viel nog niet mee. Eten en drinken smaakten me niet. Bovendien kreeg ik het nauwelijks naar binnen want ik kon ik bijna niet slikken door de keelpijn. Slapen ging ook niet goed en als ik sliep droomde ik over de Spartathlon. Het leven na de Spartathlon was dus bijna net zo zwaar als de Spartathlon zelf. Leuke hobby.
Inmiddels is dit alles weer een stuk beter. Ik eet en drink weer en ik slaap zonder te dromen. Wat blijft zijn de goede herinneringen.
 
Afgelopen dinsdag voelde ik me voor het eerst goed genoeg om te gaan lopen. Ook dat viel niet mee. Ik liep 4 km en kwam met moeite vooruit. Mijn benen leken vol lood te zitten. Woensdag en vrijdag liep ik weer een klein stukje. Echt lekker gaat het niet maar ik loop. En dat dove gevoel in mijn rechter voet trekt ook nog wel weg, net als na Keulen. Leuke hobby! 
 
Gisteren was ik op familiebezoek in de buurt van Nijmegen. En in de buurt van Nijmegen is ook toevallig in de buurt van Berg en Dal en dus kon ik het niet laten om even langs te gaan. Eerst een uurtje gewandeld met Jos en toen op het terras in het zonnetje gekeken naar al die blije mensen die binnenkwamen nadat ze een fijne dag hebben mogen lopen bij Willem Mütze. Kijken is ook leuk.
Zelf zal ik de komende maanden geen wedstrijden lopen. Dit jaar heb ik meer dan genoeg gedaan. Ik ga lekker genieten van mijn welverdiende rust. Beetje joggen, beetje wandelen, veel luieren. Een vervroegd winterslaapje.
 
En daarna? Ik had vooraf bedacht dat ik niet meer dan drie pogingen zou gaan wagen om de Spartathlon uit te gaan lopen. Als het na drie pogingen nog niet gelukt zou zijn zou ik het dus niet kunnen en zou het weinig zin hebben om er nog tijd, geld en energie in te steken. Nu is het in één keer gelukt en daar ben ik ontzettend blij om. Ik had het niet willen missen maar een tweede keer zal er niet komen. Die zou waarschijnlijk alleen maar tegenvallen. En om nou te zeggen dat het een geweldig mooi parcours is? Nee, niet echt. Echt niet. Het Spartathlon hoofdstuk is voor mij afgesloten. Mijn medaille, de plaquette en lauwerkrans hebben een ereplaats in huis gekregen en ik ga op zoek naar andere leuke loopjes. Waarschijnlijk zal 2011 een rustig jaar gaan worden, misschien 2 wat langere ultra's (>100 km) maar verder geen gekke dingen....zeg ik nu. In elk geval geen Project 108 want dat was wel heel erg zwaar.
Ik heb al een paar leuke loopjes op het oog, waaronder natuurlijk Limburgs Zwaarste (100 km) van Willem. En verder? Ach, ik zie het wel, ga er nog even over nadenken. Stoppen met ultralopen ga ik zeker nog niet doen want het blijft een verschrikkelijk leuke hobby. Een beetje vermoeiende ook, af en toe.
Lees meer...
 
Elke lange weg heeft een einde.
 
De Spartathlon 2010, ik heb er lang naar toe geleefd. Ik wilde hem uitlopen om een pakketje met het laatste restje van mijn minderwaardigheidscomplex aan de voeten van Leonidas neer te leggen. Geen gemakkelijke opgave maar dat was ook niet de bedoeling. Ik wilde voor mezelf bewijzen dat ik in staat ben om iets bijna onhaalbaars te doen. Niet voor niets komt er elk jaar maar ongeveer 1/3 van de starters aan de finish. De afstand, de tussentijdse limieten die ruim lijken maar dat allerminst zijn, de warmte, het voorbijrazende verkeer en het zware parcours maken deze race tot een hele zware. Hulp is alleen maar toegestaan op een aantal daartoe aangewezen posten, muziek en Nordic Walking stokken zijn verboden. Ook een mobiele telefoon is blijkbaar niet toegestaan want onderweg zag ik een deelneemster bijna uit de race worden gehaald omdat ze aan het bellen was. Gelukkig strijkt de official over zijn hart en laat haar doorlopen.
 
Wanneer je aan de start van een marathon of ultra staat wordt er voornamelijk over tijden en PR's gepraat. Bij de Spartathlon is dat alleen belangrijk voor supermensen als Jan-Albert Lantink. De andere deelnemers hebben het over het aantal keren dat men gestart is en vooral over het aantal keren dat men de finish binnen de tijdslimiet van 36 uur gehaald heeft. De finish halen was ook mijn enige doel. Daarvoor moest ik wel een lange weg afleggen, nl. ruim 246 km. Geen enkel weldenkend mens wil 246 km lopen en ik dus ook niet. Omdat er 75 verzorgingsposten onderweg zijn zou ik dus 75 etappes gaan lopen, variërend van ongeveer 2 tot 4,5 km. Op mijn trainingsparcours is 2 km van ons huis naar het witte bruggetje en 4,5 km is tot de t splitsing. Kleine behapbare brokjes.
Het plan was dat Henk en ik het eerste stuk samen zouden gaan lopen en Ferry wilde ook wel achter mij aan lopen. Maar al bij de start zag ik beide heren van me weglopen en pas veel later zag ik ze weer. Ik wilde niet te hard starten en ben dus niet achter ze aan gegaan. Zeker in het begin ben ik bijna op de limieten gaan lopen, de eerste etappes had ik niet meer dan 5 minuten speling. Maar zo wist ik zeker dat ik niet te hard van start was gegaan. Bij elke verzorgingspost keek ik hoever het was tot de volgende post en wanneer ik daar moest zijn. Vooral niet naar de afstand die ik had afgelegd en al helemaal niet naar de afstand die ik nog lopen moest. Kleine behapbare brokjes.
Tot zover de theorie maar hoe ging het nu in de praktijk? Omdat ik 75 etappes heb gelopen weet ik bijna niet wanneer ik waar was en kan dus weinig vertellen over afstanden en plaatsen waar bepaalde gebeurtenissen hebben plaats gevonden.
 
De eerste 20 km (voor mij dus 4-5 etappes) gaan dwars door de ochtendspits van Athene en dat is al een heel avontuur op zich. De politie heeft zijn handen vol aan de ongeduldige automobilisten. Er wordt gescholden en gevloekt (dat denk ik maar ik versta er toch niets van), een vrachtwagen haalt me in en slaat vervolgens vlak voor me af naar rechts, mij daarbij bijna van mijn sokken rijdend. Maar er zijn ook Grieken die ons enthousiast aanmoedigen. Bravo, bravo! Het is een hele hoop herrie en stank maar ik amuseer me prima.
Buiten Athene gaan bij mij mijn oogkleppen op. Het enige wat ik nu moet doen is lopen en niet nadenken. Het zal zwaar worden onderweg en ik moet me concentreren. Wat anderen doen moeten zij weten, ik moet naar Sparta met mijn pakketje. Ik voel me goed en heb er het volste vertrouwen in dat het me gaat lukken. Bij elke verzorgingspost zie ik dat ik steeds een minuutje voorsprong extra pak. Mooi zo, rustig aan, de weg is nog lang.
Jos is met de organisatie meegegaan naar Sparta. Eigenlijk zou hij mij gaan begeleiden maar begeleiding is op maar enkele punten toegestaan, heel anders dan in bijvoorbeeld Steenbergen waar hij me elke ronde kon helpen. Mocht ik hier onderweg kramp krijgen kan hij me niet helpen. 'Sorry schatje, je moet eerst 15 km verder lopen en dan zal ik je kuiten masseren.' Daar heb ik natuurlijk niets aan dus heb ik hem gevraagd of hij me op wil vangen in Sparta. Daar zal ik hem heel hard nodig hebben en is het dus prettig wanneer hij daar na een goede nachtrust fris en fruitig voor me klaarstaat. Deze tocht ga ik alleen doen. Op een paar punten heb ik kleding, eten en wat andere spulletjes neer laten leggen dus het moet lukken.
De bus van de organisatie stopt een paar keer onderweg zodat de meereizende supporters ons nog kunnen zien en dus kan Jos nog een paar foto's van me maken. Bij Hellas Can is het eerste punt waar de supporters de lopers mogen helpen. Dit is ook een belangrijke doorkomstpost. En het is ook de enige post die ik in mijn hoofd heb zitten en waarvan ik weet dat ik 80 km heb gelopen. Deze post wil ik in 9 uur bereikt hebben en dat lukt me prima. Ik ben een paar minuten sneller. Hier neem ik afscheid van Jos, hij gaat nu regelrecht verder naar Sparta. En ik ga na een vrolijk 'tot morgen!' verder.
De temperatuur gaat nu richting de 30 °C en dat voelt niet lekker want we lopen nu pal in de zon en hebben geen greintje verkoeling. Hier begin ik ook mijn kuit te voelen en krijg ik een beetje buikpijn. Niet bij nadenken, gewoon doorlopen. Er zullen nog wel meer pijntjes volgen. Maar na een paar etappes schop ik met mijn voet tegen een oneffenheid in het wegdek en schiet de kramp snoeihard in mijn kuit. Ik gil het uit en meteen staat er iemand van de organisatie naast me. Maar ik wil niet geholpen worden, weet niet eens of dat toegestaan is. Na wat knijpwerk in mijn kuit verdwijnt de pijn en wandel ik voorzichtig door naar de volgende post. Hier neem ik een extra portie ORS tot me en ga daarna weer heel voorzichtig lopen. De kuit voel ik niet meer maar 2 minuten later moet ik heel snel de bosjes induiken voor een eerste grote boodschap. De eerste van vele want deze is het begin van bijna een hele dag diarree. Een hele bijzondere want ik ontdek al gauw een soort van patroon en -raar maar waar- daar ben ik blij mee. Ik moet binnen het halve uur 3x de bosjes in en daarna is het weer ongeveer 2 uur rustig. Daarna weer 3x in een half uur en dan weer 2 uur rust. Zelf vind ik het wel grappig en maak er geen probleem van. Het is niet anders. Ik heb genoeg zakdoekjes bij me en weet onderweg ook nog in een restaurant een grote hoeveelheid toiletpapier te bemachtigen. Niet nadenken, focussen en doorlopen.
Op een pijnlijke bilspier na voel ik me verder nog steeds goed en heb steeds 45-55 minuten speling op de limiettijden. Alleen bij een diarree aanval wordt dat even minder maar daarna loop ik gewoon weer met een lekker tempootje verder en pak ik die speling weer terug. Het parcours is nu wel zwaar met zijn vele heuvels en tot overmaat van ramp gaat het 's nachts enorm regenen. Een paar posten daarvoor heb ik gelukkig een warm shirt en een jasje aangetrokken maar het voorkomt niet dat ik binnen een paar minuten volledig doorweekt ben. En, bofkont als ik ben, loop ik nu ook net op een stuk onverharde weg met diepe gaten. Het water stroom als een dikke bruine rivier over dit pad en ik stap regelmatig tot mijn enkels in zo'n gat. Ik kan helemaal niet meer zien waar ik loop. Wel zie ik Henk. Hij wandelt en klaagt over de kou en dat hij niet meer naar beneden kan lopen en zegt dat ie gaat uitstappen. Verdikkie, wat jammer. Zelf heb ik het ook koud maar ik heb verder geen problemen. Dat die tanden klapperen is jammer maar geen reden om te stoppen. Doorlopen, concentreer je, je moet naar Sparta!
Na de eerste bui volgen er nog twee, net zo nat en net zo koud maar nu loop ik gelukkig op een asfaltweg, Niet dat ik nu wel kan zien waar ik mijn voeten neerzet maar ik moet toch iets positiefs bedenken?
Diarree in de stromende regen is best bijzonder. Bijzonder lastig. Maar de kramp in mijn kuit is volledig verdwenen. Het geklapper van mijn tanden houdt ook weer op en ik blijf een mooie speling op de limiettijden behouden. Ik ga het gewoon halen als ik maar niet in een gat stap en mijn enkel breek of in een greppel donder, verdwaal of straks van de Sangaspas afglijd. Maar daar ga ik niet aan denken. Blijf positief!
Tegen die Sangaspas zie ik al een hele tijd op en de weg ernaartoe is vreselijk zwaar. Kilometers lang klimmen, niet hardlopend te doen. Lang leve mijn wandeltraining! Ik wist dat ik er profijt van zou hebben. Met een snelwandelpas haal ik zelfs mensen in en dat voelt heerlijk. Eindelijk kom ik bij de pas uit en kijk omhoog. Prachtig! Een lang lint van lichtjes zigzagt omhoog. Het pad is nauwelijks een pad te noemen. Grote en kleine stenen waarover je je een weg moet banen. Langs het pad zijn lichtjes opgehangen en dat geeft een gezellige sfeer. Dit is mooi! En zonder na te denken begin ik aan de klim. Soms op handen en voeten, me vasthoudend aan struiken, wegglijdend en struikelend over de losliggende stenen. Het is een leuk geluid wanneer je ze hoort wegrollen. Geen moment ben ik bang. Ik zie soms rood-witte linten hangen en weet dat daarachter een afgrond gaapt. Maar omdat het donker is zie ik die toch niet. En dat is mijn geluk. Was het licht geweest had ik dit niet gedaan. Tijdens deze klim verlies ik maar 5 minuten van mijn voorsprong en dat is voor mijn doen een topprestatie. Boven aangekomen krijg ik een deken om mijn schouders en een stoel aangeboden. Wat moet ik daar nou mee, ik ga toch niet zitten? Als ik ga zitten kom ik niet vooruit. Dus geef ik de deken aan een ander, drink een beker cola en begin meteen aan de afdaling. Dat is tot mijn verbazing een anderhalf meter breed wandelpad, wel steil naar beneden. Het wandelpad ligt bezaaid met losliggende stenen en al bij mijn eerste stap glijd ik een stuk naar beneden. Om me heen hoor ik meer mensen glijden, vloeken en zelfs vallen. Ineens grijpt iemand me bij m'n arm. Hij zegt iets tegen me wat ik niet versta maar ik begrijp aan zijn gebaren dat we zo naar beneden gaan. En al snel begrijp ik ook waarom: glijdt hij uit dan houd ik hem tegen en glijd ik uit dan houdt hij mij tegen. Het zal me over een paar dagen een flinke nekpijn bezorgen maar dat weet ik nu nog niet. En alles is beter dan vallen en geblesseerd raken. Zo wandelen we gearmd als een getrouwd stelletje in een flink tempo naar beneden. De ene na de andere inhalend. Dit is pure humor! Jannet Lange die heuvelaf mensen inhaalt! Nog nooit vertoond, dit mag wel in de krant. Voorpaginanieuws.
In een half uurtje zijn we beneden en verdwijnt mijn tijdelijke echtgenoot in het donker. Voor mij is het weer tijd voor mijn eerste sanitaire pauze in de serie van drie.
Bij de volgende grote post heb ik schoenen, droge kleding, zalf, zakdoekjes, een nieuwe portie ORS en wat repen liggen. Maar de schoenen die ik aanheb zitten goed dus die houd ik aan. Wel doe ik mijn doorweekte jasje en ongebruikte lange tight in de tas. Mijn shirt met lange mouwen houd ik aan. De zalf is ook zeer welkom want ik ben behoorlijk opengeschuurd. Maar het goede nieuws is dat ik nog steeds 45 minuten speling heb op de limiet en dat ik me goed voel. Ik ga het gewoon halen, geen twijfel over mogelijk. Onderweg staan Mik en zijn begeleider Jacob. Mik vertelt me dat Jan-Albert tweede is geworden (joepie!) en dat ik de enige andere Nederlander ben die nog in de race is. Wat? Dat kan toch niet? Wat is er met die anderen gebeurd? Allemaal uitgestapt volgens Mik. Potverdikkie, dat betekent dus dat er maar 2 van de 10 Nederlanders gaan finishen. Want dat ik ga finishen is voor mij zeker. Als er niks geks gebeurt natuurlijk want je hebt de Spartathlon pas uitgelopen als je bij Leonidas bent.
De Sangaspas is helemaal niet het zwaarste gedeelte van de Spartathlon, dit komt nu pas. Na een stuk vlak beginnen we weer te klimmen, kilometer na kilometer. De auto's razen ons voorbij en het is zaak om goed op te letten en aan de linker kant van de weg te blijven lopen. Klimmen, klimmen, klimmen, er komt geen eind aan. In het begin waait het en miezert het zelfs nog maar om een uur of 10 's morgens wordt het warm. En warmer en nog veel warmer. Auto's toeteren continu en ik begin me niet lekker te voelen. Begin me nu slap te voelen. Elke slok of hap die ik neem maakt me misselijk en na een paar uur moet ik ophouden met eten en drinken om te voorkomen dat ik ga kotsen. Het is nu een waar slagveld. Ik zie mensen aan de kant van de weg zitten met diarree, er wordt volop overgegeven en mensen proberen de kramp uit hun benen te rekken.
Bij de één na laatste verzorgingspost voel ik me helemaal niet meer goed, ik ben misselijk en de hele wereld draait om me heen. Ik heb al een paar uur niet meer gegeten en gedronken, dat durf ik niet meer. Uitdrogen doe ik toch wel, of ik nu drink of niet. Bij drinken moet ik kotsen en verlies dus ook vocht en bij niet drinken verlies ik vocht door het zweten. Het enige wat ik doe is mijn mond spoelen met wat water en op een stukje banaan kauwen om het daarna weer uit te spugen. Maar nog steeds weet ik dat ik het ga halen. Door mijn wandeltraining verlies ik nog steeds geen tijd. Ik wandel zo snel mogelijk door, afgewisseld met stukjes joggen, nu wel heel voorzichtig en goed uitkijkend. Eén misstap en je ligt hier onder een auto. Een toeterende auto, dat dan weer wel.
En dan kom ik eindelijk in Sparta aan, nog 2,5 km wordt me verteld. Doorlopen, blijf in beweging, ga niet stilstaan want dan is het afgelopen. Ik sleep me nu voort. Plots staat Wilma midden op de weg met een groot spandoek. Ik zeg dat ik me niet goed voel en ze wandelt een stukje met me mee, op veilige afstand anders zou ik gediskwalificeerd kunnen worden. Ze zegt me waar ik naar rechts moet afslaan want hier staan geen pijlen. Of ik zie ze niet, dat kan ook. Daarna rent ze weg om Jos te gaan vertellen dat ik eraan kom. Ik weet dat ik nog een keer naar rechts moet maar waar dan? Een Japanner wijst me de weg en zegt dat het nog maar 300 meter is. Daar klopt niks van maar dat vergeef ik hem. En dan zie ik eindelijk vlaggen. Daar is het! Daarachter staat Leonidas! Mensen joelen en applaudisseren, ik zie de Nederlanders. 'Niet meer gaan hardlopen', zegt Jacob. Alsof ik dat nog kan. En waarom zou ik? Dit is geweldig. Laat ze maar voor me klappen, ik heb het verdiend. Ik wordt een trapje opgeholpen en dan zie ik eindelijk het beeld. 'Wat een klein mannetje', schiet het door me heen. Maar Leonidas is vele malen groter dan ik. Iemand ondersteunt me en dan leun ik eindelijk tegen zijn voeten aan. Het had niet veel langer moeten duren.
'Leonidas, hier is mijn pakketje. Ik hoef het niet terug, vernietig het alstublieft voor me'.
 
Ik ben er, het is gelukt! Maar ik ben te moe om het echt te beseffen. Ik ben totaal leeg en ik sta te wankelen op mijn benen.
Een lauwerkrans wordt op mijn hoofd gezet, ik krijg een plaquette in mijn handen gedrukt en er worden nog wat foto's gemaakt. Jos staat blij te grijnzen en ik wil alleen maar zitten. Een lieve mevrouw zegt dat ik even mee moet naar het hospitaaltje maar dat wil ik niet. Zeg dat ik alleen maar een beetje moe ben en dat het zo wel beter zal gaan. Maar na 5 minuten zitten word ik toch in een rolstoel gezet en naar het hospitaaltje gereden. Blijkbaar zie ik er niet goed uit.
Ik word met een grote boog op een massagetafel geslingerd, van mijn schoenen, sokken en kousen ontdaan, mijn voeten worden gewassen en ontsmet en daarna met een koud goedje besproeid. Vervolgens wordt er een deken over me heen gelegd en mag ik even een telefoontje plegen. Daarna rust, even liggen met de ogen dicht. Taak volbracht, mijn pakketje is afgeleverd.
 
Wanneer ik mijn ogen een kwartiertje later weer open doe zie ik tegenover me een soort van lijk aan een infuus liggen en naast me ligt iemand bij wie de blaren worden doorgeprikt. Hier wil ik niet zijn! En dus zeg ik tegen een verpleegster dat ik weg wil. 'Voelt U zich wel goed?', vraagt ze. Heeft ze het nu over mijn verstandelijke vermogens? Ik knik en zeg dat ik me goed voel. Dus helpt ze me overeind, doet een paar mooie, witte, zachte slofjes aan mijn voeten en zegt dat ik op mag staan. En dat lukt me al binnen 10 minuten. Met een taxi wordt ik naar het 500 meter verderop gelegen hotel gebracht. Op weg naar onze kamer ga ik bijna van mijn stokje, zo benauwd is het hier binnen. Maar dan kan ik me eindelijk neervlijen op een echt bed, toch beter dan een massagetafel. Hier blijf ik in mijn stinkende kleren meer dan een uur liggen, ik ben totaal niet meer in staat om me te bewegen. Ik heb er de kracht niet meer voor en alles doet me pijn.
Daarna sleep ik me richting douche om alle viezigheid van me af te spoelen.  Mijn avondeten bestaat uit een toastje en een hap banaan, weggespoeld met wel twee hele slokken water. En dat is meer dan ik de afgelopen uren heb gehad.
 
Het is nu bijna een week later en ik heb nu eindelijk volledig door wat ik heb gedaan. Ik heb de Spartathlon uitgelopen! Nu ik dit stukje schrijf komen ook de emoties boven. En ik zal U eerlijk vertellen dat op dit moment de tranen over mijn wangen biggelen. En daar schaam ik me niet voor. Ik heb het geflikt! In één keer. Van de tien gestarte Nederlanders zijn er twee die het gehaald hebben. Jan-Albert Lantink heeft een geweldige prestatie geleverd door tweede te worden in de beste Nederlandse tijd ooit. Ik liep in de achterhoede en werd de laatste Nederlander. Maar ook de eerste Nederlandse vrouw die ooit de Spartathlon volbracht en daar is het mannelijke deel van ultralopend Nederland dan weer blij mee.
En ik? Ik ben trots. Trots op mezelf. Omdat ik het gered heb. Dat ik het niet opgegeven heb. Want het was niet alleen de 246 km lange weg van Athene naar Sparta, het was een heel lange weg om in Athene te komen. Langer dan menigeen zich voor kan stellen. Hoelang? Dat weet ik alleen.
De tweede helft van mijn leven leef ik met opgeheven hoofd. Het is goed zo.
Lees meer...
 
Zaterdag bij Leonidas was ik alleen maar blij dat het voorbij was. Totaal leeg, wankelend op mijn benen en misselijk leunde ik tegen het beeld. Niet beseffend wat ik gedaan had. Dat besef kwam ook de dagen erna nog niet. Ik heb jaren lang naar dit moment toegeleefd maar nu het gelukt is ben ik te moe om blij te zijn.
Pas maandagavond bij de ceremonie kreeg ik mijn medaille en toen begon het te komen. Maar als je dan pas om 2 uur in je bed ligt en er om half 7 weer uit moet om de terugreis te aanvaarden ben je ook niet echt blij. Niet als je de 3 nachten ervoor ook al niet of nauwelijks hebt geslapen omdat je aan het lopen was of omdat je niet weet hoe je het best kunt gaan liggen om maar geen pijn te voelen.
 
Nu ben ik gelukkig weer thuis, heb eindelijk een fatsoenlijke nachtrust gehad en kan een beetje bijlezen op internet. Oeps, dat is schrikken! Ik had geen idee dat ik jullie allen zo in spanning heb gehouden, dat het in Nederland zo leefde. Toen ik aan het lopen was heb ik zelf geen moment getwijfeld of ik het zou halen. Ik ging naar Sparta en geen mens die me tegen zou houden. Ik voelde me goed ondanks warmte, kou, regen, kramp, diarree en misselijkheid. Mijn voorsprong op de limieten is de hele race voldoende geweest om me geen zorgen te hoeven maken. Oogkleppen op, niet nadenken over ongemakjes en doorlopen. Geen 246 km maar 75 etappes, van de ene verzorgingspost naar de volgende. Positief blijven. Alleen maar kijken hoever de volgende post is en wanneer ik er moet zijn. In de warmte, de vreselijke regenbuien in de nacht en de nog grotere warmte van zaterdag. Doorlopen, niet rusten, niet denken, naar Leonidas.
 
Op dit moment voel ik me redelijk. Heb wat kleine ongemakjes als een rood oog, misselijkheid, jeuk onder mijn voeten, een kneuzing in mijn voet, een pijnlijke bilspier, nekpijn, vermoeidheid, keelpijn en allerlei andere pijntjes. Het hoort erbij. Ik hoef nu even niet meer, mag lekker uitrusten en genieten.
 
'De pijn verdwijnt, de prestatie blijft', zegt Jos altijd. Maar wanneer het zal verdwijnen zegt hij er niet bij. Daarom heb ik een nieuwe slogan bedacht: Pijntjes komen en pijntjes gaan, maar ik heb toch maar mooi de Spartathlon gedaan.
 
Een uitgebreid verslag ga ik nog schrijven. Even geduld aub. De foto's van Jos zijn wel al te bewonderen: klik.
Ook het filmpje van tv Flevoland kun je zien: klik.
En het volledige interview kun je ook beluisteren: klik.
Lees meer...

 
 
 
Spartathlon 
  
Ruim 246 km, wat een afstand!
Met 36 uur als maximum tijd
Zonder enig respijt
Kun je erbij met je verstand?
  
Ben je soms niet goed wijs?
Het is het lijden dat je liefst mijdt
Bij het beeld word je daarvan bevrijd
Toch gaan, tegen elke prijs
  
Na de kus op Leonidas’ voeten
Het ultieme doel bereikt
Verdwijnt dat heilige moeten
  
Het einde van een avontuur
De getergde geest gerijpt
Voor hoe lange duur?
 
Jos Lange
Lees meer...
Even een kleine groet uit Athene.
Zaterdag aangekomen. Omdat mijn paspoort alweer een half jaar oud was, mijn pinpas nog veel ouder en ik mijn telefoon niet meer mooi genoeg vond, heb ik dat meegegeven aan een huftertje die niet zijn gore Griekse grijppoten uit mijn tas kon blijven. Beroofd dus in de metro.
Zondag konden Jos en ik dus kennis maken met de Griekse politie. We mochten kennis maken met een staaltje bureaucratie. Dit houdt in dat we 2 uur mochten wachten in een smerig rokerig hok, om daarna te vernemen dat ze ons niet wilden helpen.
De maandagmorgen hebben we de Nederlandse ambassade bezichtigd, en daar kreeg ik al na 4 uur een noodpaspoort voor de geringe vergoeding van €44,00.
 
Nu het leuke nieuws: het is hier nu een beetje fris, maar 28°C. We vermaken ons prima. Henk weet hier de weg....meestal. Dat levert hele leuke wandelingen, bezienswaardigheden en restaurantjes op.
 
Trainen doen we ook. Langs de weg, kriskras langs bussen, auto's en alles wat zich nog meer gemotoriseerd voortbeweegt. De uitlaatgassen bevallen ons wel. Daarom hebben we zondag 4 km en maandag en vandaag wel 7 km gelopen.
We voelen ons sterk en zijn er klaar voor (volgens Jos).
 
Het plan voor vrijdag is dat Henk en ik samen gaan lopen, in elk geval het eerste stuk. Als JAL meewil mag dat maar we laten ons niet door hem ophouden.
Jos gaat met de organisatie naar Sparta. Hij kan onderweg niet veel voor me doen en ik heb hem na het lopen veel harder nodig.
Of er tussentijds iets over ons bekend gaat worden weet ik dus niet. Maar daar wil ik me ook niet mee bezig houden, het enige waar ik me mee bezig houd is lopen naar Sparta.
 
Groeten, mede namens Erwin, Henk, en Jos 
Jannet
Lees meer...
'Je bent zo bescheiden', hoor ik vaak. Nee hoor, ik vind alleen niet dat ik een reden heb om op te scheppen. Ik heb het geluk dat ik een prachtige hobby heb. Voor mij een heel belangrijke hobby. Eentje die me al vaak door moeilijke tijden heeft geholpen en die me heeft geleerd om door te gaan. Ook als ik het even niet zie zitten.  En dat is me (te) vaak overkomen.
Als ik loop kan ik niet piekeren. Door het lopen kan ik de dingen beter op een rijtje zetten, een plekje geven. Ik ben blij dat ik kan en mag lopen. Alle reden dus om bescheiden en dankbaar te zijn. Voor mij ook een reden om naar Leonidas te lopen, om een denkbeeldig pakketje af te leveren. Een pakketje waar ik graag van af wil.
Vroeger had ik een groot minderwaardigheidscomplex. Dat is al voor een heel stuk verdwenen, mede dankzij het lopen. En het laatste restje van dat complex wil ik graag aan de voeten van Leonidas neerleggen. 
  
Natuurlijk heb ik  niet in een opwelling bedacht dat ik de Spartathlon zou proberen te gaan lopen maar zijn er vele jaren aan vooraf gegaan. Daarom een samenvatting van de afgelopen jaren, geschreven door mijzelf, over mijzelf. Ter motivatie en inspiratie. Voor mijzelf. 
 
Een slimme meid is op haar Spartathlon voorbereid.
 
September 2006 
Paul Kamphuis loopt de Spartathlon, zijn vriend Jan Fokke Oosterhof begeleidt hem en schrijft daarna een geweldig verslag. Ik volgde het verloop van de wedstrijd, net als elk jaar. Alleen was het dit jaar iets anders. Het liet me niet meer los. Ik wil ook naar Sparta! Als ik dat toch ook ooit eens zou kunnen en mogen doen. Ooit ga ik naar Sparta. Te voet. Werk aan de winkel dus.
 
2007
'Inschrijven kan iedereen', zeg ik vaak tegen mensen die aankondigen dat ze wel even ergens een prestatie neer gaan zetten. Maar voor de Spartathlon geldt dat niet. Om mee te mogen doen moet je aan bepaalde toelatingseisen voldoen. Een 100 km binnen 10:30 uur of 200 km in één wedstrijd lopen.  Ik mag dan inmiddels 8 jaar meehobbelen in het ultrawereldje, die toelatingseisen heb ik nog niet eens gehaald. Ik kan dus wel zeggen dat ik naar Sparta wil gaan lopen maar ik zal er dan wel keihard voor moeten werken.
Naar mijn mening moet je aan 7 voorwaarden voldoen om enige kans te maken de Spartathlon binnen de tijdslimiet van 36 uur te volbrengen:
1. de toelatingseisen ruim hebben gehaald
2. minstens 250 km/week aankunnen (en dus veel ultralopen in de benen hebben)
3. goed kunnen lopen in de warmte
4. 's nachts kunnen lopen (en wakker blijven)
5. heuvels kunnen belopen
6. geen 'uitstapmentaliteit' hebben
7. een thuisfront hebben dat volledig achter je staat
 
Mei 2007
Voor het eerst doe ik een meerdaagseloop met uitsluitend ultra afstanden, de Isarrun, 326 km in 5 dagen. Lekker gelopen, wel veel last van blaren en dat is lastig want ik kan ze niet afplakken omdat ik allergisch ben voor tape. Probleempje dus.
 
September 2007
Het eerste stapje richting Sparta is gezet. Ik loop in Winschoten de toelatingseis voor de Spartathlon, 100 km in 9:49:51. Een klein stapje maar het begin is er. Dat ik tweede bij het NK wordt is mooi meegenomen maar in plaats van er blij door te worden voel ik me hierna juist gedeprimeerd. Maar uiteindelijk sterkt het me en weet ik dat ik op de goede weg ben en mijn eigen gang moet blijven gaan. 
  
2008
De toelatingseis is binnen maar echt veel heb ik daar natuurlijk niet aan. Ik weet nog niet eens wanneer ik de Spartathlon wil gaan proberen. Onzeker als ik ben durf ik geen datum te prikken. Een klein gemeen stemmetje in me zegt me dat ik het niet kan, dat het me nooit zal lukken. Ga weg!! Ik kan het wel, let maar op.
  
Mei 2008
Weer een 100 kilometer, deze keer in Denemarken. Ik voel me in topvorm maar krijg last van diarree en weet met moeite 10:20:23 te lopen. En dat valt nog niet eens tegen.
 
Juli 2008
In juli 2008 loop ik de Swiss Jura Marathon (SJM), een 7 daagse etappeloop van Geneve naar Basel. In totaal 350 km en 11.000 hoogtemeters. Met in mijn achterhoofd: bij de Spartathlon moet je ook over een berg dus moet ik dit ook kunnen. Op een avond zaten we te praten over de Spartathlon. Ik zei niet veel en was dan ook zeer verbaasd dat Henk Geilen later een reactie op mijn weblog plaatste: Tot ziens in Sparta!
Een tijdje later volgde er een mail van hem: ik ga in 2010 en zou het leuk vinden als je meegaat. Daar hoef ik niet lang over na te denken. JAAAAA! De knoop is doorgehakt, nu heb ik een datum waar ik naar toe kan werken. In 2010 moet het dus gaan gebeuren. En dat is al over 2 jaar. Als dat maar lukt.
  
September 2008
Weer naar Winschoten. Ik word dit keer 3e op het NK met een tijd van 9:45:18, een nieuw PR. Zeer tevreden.
 
Oktober 2008
De toelatingseis heb ik nu inmiddels al een aantal keren gelopen maar ik besef dat dit absoluut geen garantie is voor het uitlopen van de Spartathlon. Daar is wel wat meer voor nodig. Als ik dan toch echt naar Sparta wil lopen zal ik ook een 24 uursloop aan moeten kunnen. En dus ging ik naar Brugg in Zwitserland, 3 weken na de 100 km van Winschoten. De bedoeling was niet alleen om een goede afstand te lopen maar ook om te ervaren hoe het is om zo lang op de been te blijven. Zou ik wel wakker kunnen blijven? Kan ik wel doorlopen? Wat moet ik eten en drinken? Alles ging goed, behalve het eten en drinken. De laatste uren kon ik niks meer naar binnen krijgen. Ik liep 172,01 km en was total loss. Ik had het gevoel dat ik beter had gekund wanneer ik beter uitgerust aan de start had gestaan. Dat weten we dan ook weer. Ik nam me meteen voor om niet naar Winschoten te gaan in mijn Spartathlonjaar. Ik kan me niet voorstellen dat je binnen twee weken na een 100 km al voldoende hersteld bent voor de Spartathlon. En om nou naar Winschoten te gaan voor een langzame duurloop, nee, dat lijkt me niks.
Maar de twijfels sloegen weer toe, 172 km is lang niet genoeg in 24 uur. Nog 74 km zou er bij moeten in Griekenland. Een mail aan Henk volgde: ‘Bekijk het maar, dit gaat me niet lukken. Weet je wel dat je hier ontzettend moe van wordt? Ik ga niet mee!’ Het antwoord was kort maar krachtig: ‘Natuurlijk ga je mee.’ Een paar dagen later voel ik me alweer een stuk beter. Ik heb nog twee jaar de tijd om keihard te trainen. Niemand heeft ooit gezegd dat de Spartathlon gemakkelijk was. Mooie jongen die mij tegenhoudt! 
Na deze 24 uur krijg ik van Jos het boek van Paul Kamphuis en Jan Fokke Ooster-hof: 'Hardlopen, met succes je grenzen verleggen'. Ik schrijf er een recensie over op mijn weblog genaamd: 'Jos en de Spartathlon'. Vervolgens gaat iedereen ervan uit dat ik in 2009 wel even van Athene naar Sparta zal gaan lopen. Ik reageer er niet op, ik weet wel beter. Ik heb geen zin om bekend te maken dat ik in 2010 wil gaan. Dat zou alleen maar extra druk geven vooral ook omdat nog nooit een Nederlandse vrouw de Spartathlon heeft volbracht. Mij maakt het niet uit of ik de 1e, 2e of 16e Nederlandse vrouw zou zijn die het haalt, àls ik het maar haal. Ik doe dit uitsluitend voor mezelf. Om voor mezelf iets te bewijzen, niet voor een ander. Als ik ooit toch eens de tenen van Leonidas zou mogen kietelen…
 
2009
Het jaar 2009 wil ik gaan gebruiken om meer kilometers te gaan lopen. Kilometers sprokkelen. Het maakt niet uit hoe, in één lange duurloop of in twee kortere, hardlopend en/of wandelend. Gewoon kilometers vreten.
 
Februari 2009 
Op de 8e wordt er een voorleesmiddag van schrijvende lopers georganiseerd door Eric de Vries en Erik Polman. Ik ben één van de voorlezers, maar ook Paul Kamphuis. Voor in de zaal zijn grote foto’s neergezet van Paul, onderweg naar Sparta. Mijn ogen dwalen er steeds naar af.
Tijdens de pauze krijg ik de kans om met Paul te praten over de Spartathlon. Over voeding, drinken en het parcours. Niet alleen de Sangaspas is klimmen en dalen, ook de rest van het parcours is continu stijgen en dalen, waarschuwt Paul. Ik neem me meteen voor om nog meer heuveltraining te gaan doen.
Wanneer Paul na de pauze het verhaal van zijn finish in Sparta voorleest is hij tot tranen toe geroerd. Nog steeds raakt het hem. Wat geweldig om dat te zien en vooral te voelen. Kippenvel!  
 
Maart 2009 
Deze maand begin ik met het nog meer opvoeren van de kilometers. En vanaf nu moeten de Almeerse viaducten het flink ontgelden. Inmiddels heb ik er het asfalt vanaf gelopen, binnenkort gaat de gemeente een nieuwe laag aanbrengen.  

 

April 2009 
Kilometers sprokkelen. Het gaat goed. Het gaat geweldig! De Spartathlon is niet meer uit mijn hoofd te krijgen. Tot eind april. Dan raak ik totaal van slag. Door een onbenullig marathonnetje. Binnen een uur verander ik van een vrolijke loopster in een wrak. Mentaal geknakt, zo kan het dus ook gaan. Hier ga ik langer last van hebben dan ik lief heb. Maar wel blijven lachen hè? De buitenwereld wil ook wat.
 
Mei 2009 
Nederland heeft drie 100 km wedstrijden en die wil ik dit jaar allemaal lopen. Niet om de toelatingseis voor de Spartathlon te halen, die heb ik allang op zak, maar om zo constant mogelijk te leren lopen. Ik wil een aantal keren ruim binnen die toelatingseis lopen want als dat niet lukt heb ik in Griekenland niets te zoeken. Dan haal ik de eerste 80 km niet eens want die moet je toch behoorlijk doorlopen. Deze maand is de eerste van die drie 100 km's in Amsterdam. Geen snel parcours, wel mooi en een gezellige ontspannen sfeer. Precies wat ik nodig heb. Eindtijd 10:12:31. Niet slecht maar ik kan beter.
 
Juni 2009 
Tijdens de Spartathlon loop je ook ’s nachts en dus wil ik dat ook eens proberen. De 100 km van Ulm kwam dan ook als geroepen. Die is 3 weken na Amsterdam maar ik wil toch kilometers sprokkelen? Nou dan! Na een indrukwekkende start liep ik als een zonnetje, met mijn lampje op mijn hoofd, gedachteloos in het donker. Onbekend, heuvelachtig en gedeeltelijk onverhard terrein. En ik liep heerlijk. Dat kan ik dus ook. Mooi zo. Mijn eindtijd is mijn slechtste ooit op een 100 km, 11:38:44, geheel volgens plan. Langzaam lopen is ook een belangrijke training.
 
Juli 2009 
Heuveltraining en kilometers vreten! Met zes Nederlanders gaan we naar de Moravian Ultra Marathon (MUM) in Tsjechië, waar we 7 dagen van 43 km met de nodige hoogtemeters lopen. Maar wat voel ik me slecht. Meerdere keren wil ik uitstappen maar wordt op sleeptouw genomen door Jack Hendrickx. Hij praat me door verschillende dagen heen. Het huilen staat me nader dan het lachen maar ik loop hem uit. Op mijn tandvlees.
De Marathon 10-daagse die ik hierna in Drenthe loop gaat weer heerlijk. Een flinke hoeveelheid kilometers kan ik dus wel aan.
 
September 2009
De tweede van de drie 100 km wedstrijden van NL. Vlak voor Winschoten hoor ik dat Jack in het ziekenhuis ligt. Ik ben daardoor behoorlijk van slag maar weet in Winschoten toch een PR te lopen, 9:44:38. Omdat er te weinig vrouwen meedoen is er dit jaar geen officieel NK. Ik word wel de eerste Nederlandse. Leuk, maar bijzaak. Ik besef weer eens wat een bofkont ik ben dat ik dit kan.
Ik had graag nog een 24 uur willen lopen maar door omstandigheden ging dat niet door en dus heb ik me maar ingeschreven voor een 48 uur. Volgend jaar juli in Keulen.
 
Oktober 2009
Kilometers sprokkelen in een marathon 4-daagse. Bij de DFWrunners, dus mooie en ontspannen kilometers. Ging lekker.  

 

November 2009
De laatste van de drie Nederlandse 100 km’s. In Deventer op de baan, 250 rondes. Dat vind ik leuk. Echt waar!  Het werd een Boebkaatje: 8 secondes knabbel ik van mijn PR af, 9:44:30. Vrijwel de gehele wedstrijd heb ik pijnlijke bovenbenen maar ik finish vandaag lachend. Weer een stapje dichterbij Sparta. Daar zal het niet bij alleen bij een paar zere benen blijven dus dit was weer een prima training. 
 
December 2009 
Project 108 wordt geboren: Steenbergen (24 uur), Keulen (48 uur) en de Spartathlon (max. 36 uur), totaal 108 uur. Tijdens een lange duurloop verzonnen en ik schrijf er een vaag stukje over op mijn weblog. Niemand snapt er wat van behalve enkele mensen met voorinformatie. Maar iedereen weet het nu zeker: Jannet gaat de Spartathlon doen! Ik hoor het van verschillende mensen. Jij gaat zeker de Spartathlon lopen? Dat weet ik niet. Ik lieg daarmee niet, ik verdraai alleen een beetje de waarheid. Ik wil het proberen maar ik weet toch niet of ik het ook echt ga doen? Op dit moment is niks zeker. Laat me met rust!
 

2010 

Wat een ellendig begin. Ik zit niet lekker in mijn vel en een strenge winter die het soms onmogelijk maakt om fatsoenlijk te kunnen trainen. Een heel slechte combinatie.
Ach, ze heeft een dipje….Jannet is sterk….die redt zich wel….en natuurlijk lachend op de foto. Ze zouden eens moeten weten. Wat zou ik moeten beginnen zonder mijn J-team, Jos en Jack? Die twee hebben hun handen vol aan me.
 
Maart 2010 
Pas in deze maand begin ik me weer een normaal mens te voelen. Het lopen gaat weer beter en Jack nodigt me uit om mee te gaan wandelen. Goed voor mijn training. Ik wandelde altijd al maar nu wordt ik geacht om flinke afstanden af te leggen. Tussen Athene en Sparta zal het vast ook voorkomen dat ik stukken moet wandelen. Het wandelen gaat me goed af, ik heb er plezier in en ik krijg er soepele spieren van.
 
April 2010 
In het begin van de maand voel ik me weer niet optimaal en twijfel over deelname in Steenbergen maar schrijf me uiteindelijk toch in. Steenbergen hoort bij Project 108 en ik ga het gewoon doen. Geen gezeur!
Gelukkig gaat het al gauw weer beter en kan ik gewoon door blijven trainen. De wandelingen met Jack blijf ik met veel plezier doen. Alle inschrijvingen voor Project 108 zijn aan het eind van deze maand geregeld. Ik hoef alleen nog maar te lopen.
Mei 2010 
Deze maand begint Project 108 dus met de aftrap in Steenbergen. De warming-up. En wat voor één. Het eten en drinken gaat goed. Het lopen ook. Tot mijn grote verbazing en blijdschap verbeter ik mijn PR op de 24 uur met maar liefst 20 km tot 192,984 km en word daarmee Nederlands Kampioene.  Laat de rest van project 108 ook a.u.b. zo gaan.
Aan het eind van de maand loop ik Rondje Waddenzee, 327 km in 7 dagen. Een mooie training.
 
Juni 2010
Ik ben de enige in Almere die op het heetst van de dag en pal in de zon haar training afwerkt. Zweettraining, ik hoop er later dit jaar profijt van te hebben.   
  
Juli 2010 
Weer loop ik de MUM, dit keer gaat het stukken beter dan vorig jaar.
Daarna volgt het tweede deel van Project 108, de 48 uur van Keulen. Wat heb ik enorm afgezien in de tweede nacht maar ergens in de ochtend stond er op het scorebord: Jannet Lange 246 km. Precies de afstand van de Spartathlon. Het gaf me een opkikker. De afstand kan ik aan, het moet alleen sneller. Maar deze wedstrijd geeft me zelfvertrouwen. Ik win trouwens ook nog met 272,462 km en voldoe dus ook aan de andere toelatingseis voor de Spartathlon, nl. 200 km in één wedstrijd lopen. Een prettig idee.
Project 108 is tot nu toe heel succesvol met twee overwinningen. Maar dat zal me bij het laatste deel van dit Project niet lukken. Als ik de Spartathlon uit kan lopen zal ik al dik tevreden zijn.
 
Augustus 2010 
Sprokkelmaand, wandelen en lopen. Eerst uitrusten van Keulen, daarna een wandel4daagse in Limburg en de rest van de maand weer meer hardlopend maar wel in combinatie met het wandelen. Gezellige en ontspannen wandelingen met Jack. En die heb ik hard nodig want ik ben moe. Niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk. Van mij mag het afgelopen zijn, ik wil nu naar Sparta.
 
September 2010 
En nu is het bijna zover. Ga ik de Spartathlon lopen? Kan ik de Spartathlon uitlopen? De afgelopen jaren heb ik 7x aan de toelatingseisen voldaan: 6x een 100 km binnen 10:30 en 1x meer dan 200 km in één wedstrijd. Dat heeft me een stukje zelfvertrouwen gegeven maar een garantie voor het uitlopen van de Spartathlon is het zeker niet en dat is wat ik het allerliefste wil. Ik heb gedaan wat ik kon maar zal het genoeg zijn? Was het maar zo gemakkelijk als het lijkt. Ik ga natuurlijk mijn uiterste best doen. Uitstappen is niet de bedoeling, van niemand die aan de start staat vrijdag de 24e. En toch zal maar ongeveer éénderde van de starters de finish halen. Ik zou er graag bij willen horen maar er kan zoveel gebeuren. Mocht ik bij Leonidas aankomen heb ik bewezen dat ik wel iets kan. Gewoon, voor mezelf.... 
 
De Spartathlon zal live te volgen zijn via deze link.
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl